ECLI:NL:HR:2021:579

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
20/00468
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake schijn van bevoegdheid in civiel procesrecht

In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betreft een vervolg op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad uit 2017 over de vraag of na cassatie en verwijzing alsnog beroep mogelijk is op de schijn van bevoegdheid.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiser verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Deze uitspraak bevestigt de jurisprudentie omtrent de schijn van bevoegdheid in civiele zaken en de beperkingen van cassatieberoep na verwijzing.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00468
Datum16 april 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W.M.K. Meijer,
tegen
ENCARE ARBOZORG B.V.,
gevestigd te Maastricht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Encare,
advocaat: D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest in de zaak 16/04998, ECLI:NL:HR:2017:2790 van 27 oktober 2017;
het arrest in de zaak 200.230.145/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 november 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Encare heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Encare mede door F.J.L. Kaptein.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Encare begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 april 2021.