Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
20 april 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak staat centraal of de verdachte bij zijn aanhouding voldoende is geïnformeerd over de redenen van zijn aanhouding en het feit waarvan hij werd verdacht, in het licht van Richtlijn 2012/13/EU en artikel 6 EVRM Pro. De verdachte werd verdacht van omkoping van een rijexaminator bij het CBR om kandidaten te laten slagen voor het rijexamen.
Het hof oordeelde dat aan de informatieplicht was voldaan, ondanks dat in het proces-verbaal van aanhouding alleen het wetsartikel werd vermeld. De verdachte had voorafgaand aan het eerste verhoor consultatiebijstand gehad en tijdens het verhoor werd hem de verdenking nader toegelicht. De Hoge Raad bevestigt dat de Richtlijn voldoende is geïmplementeerd in artikel 27c Sv en dat de informatie bij aanhouding globaal mag zijn, mits de verdachte en zijn raadsman de mogelijkheid hebben om nadere toelichting te vragen.
De Hoge Raad wijst op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en benadrukt dat de informatieplicht rekening houdt met de fase van de procedure. De enkele vermelding van een artikelnummer in het aanhoudingsproces-verbaal is niet per definitie onvoldoende. Wel wordt aanbevolen om de reden van aanhouding preciezer te vermelden. Het cassatieberoep wordt afgewezen, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt de taakstraf verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verdachte voldoende is geïnformeerd bij aanhouding en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.