ECLI:NL:HR:2021:6
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen diverse belastingaanslagen en boetebeschikkingen voor de jaren 2008 tot en met 2015 heeft behandeld. De aanslagen betroffen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, alsmede beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van proceskosten is geen aanleiding gezien voor een veroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.