Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
20 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2019, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen. De verdachte stelde diverse cassatiemiddelen voor via zijn advocaat.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 20 april 2021. Hiermee blijft het hofarrest ongewijzigd in stand en is het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.