Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
“medeplegen van witwassen”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27(a) Sr. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het gelegde strafvorderlijk en conservatoir beslag alsmede ten aanzien van een in beslag genomen, nog niet teruggeven geldbedrag, een en ander zoals in het arrest vermeld.
eerste middelals het
tweede middelricht zich met een bewijsklacht tegen het bewezen verklaarde (medeplegen van) witwassen. Ik zie aanleiding de middelen gezamenlijk te bespreken. Voordat ik tot de bespreking van de middelen overga, zal ik eerst de bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof weergeven.
zij in de periode 1 januari 2008 tot en met 3 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen ter hoogte van 87.050 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl zij en haar mededaders wisten, dat die geldbedragen middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.”
derde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden. In de toelichting betoogt de steller van het middel dat de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie.