ECLI:NL:HR:2021:638

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2021
Publicatiedatum
19 april 2021
Zaaknummer
19/02888
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming

De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2019 betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ondanks het instellen van het beroep heeft de betrokkene geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn. De advocaat-generaal heeft daarop geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Hoge Raad toetst vervolgens de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateert dat de betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om binnen de termijn een schriftuur met klachten in te dienen, zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.

Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 20 april 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02888 P
Datum20 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2019, nummer 20-001684-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 april 2021.