AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling cassatieberoep curator in faillissementszaak over beëindiging huurovereenkomsten bedrijfsterreinen
In deze zaak heeft de curator van het faillissement van [A] B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betreft de beëindiging van huurovereenkomsten van bedrijfsterreinen voorafgaand aan het faillissement, waardoor er geen roerende zaken meer op de bodem van het faillissement aanwezig waren. Tevens ging het om de uitleg van afspraken omtrent de gerechtigdheid tot de opbrengst van voormalige bodemzaken.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de curator beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de curator veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze op 30 april 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03939
Datum30 april 2021
ARREST
In de zaak van
Sebastiaan Maarten Maria VAN DOOREN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., wonende te [woonplaats] en kantoorhoudend te ‘s-Hertogenbosch,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
[verweerster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/01/292948 / HA ZA 15-300 van de rechtbank Oost-Brabant van 1 maart 2017;
het arrest in de zaak 200.219.191/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 mei 2019.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 april 2021.