Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend. De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een advocaat binnen een bepaalde termijn schriftelijk cassatiemiddelen indienen. Deze verplichting is niet nagekomen, waardoor de Hoge Raad het beroep niet in behandeling kan nemen.
De Hoge Raad heeft op 11 mei 2021 het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.