ECLI:NL:HR:2021:684

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 mei 2021
Publicatiedatum
3 mei 2021
Zaaknummer
19/04416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 36e lid 2 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak profijtontneming uit hennepteelt

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt centraal. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had geoordeeld dat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel moest worden uitgegaan van vier eerdere oogsten. Betrokkene stelde in cassatie dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat hij zich vier keer eerder schuldig had gemaakt aan het telen van hennep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader te onderzoeken, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Bij de uitspraak op 11 mei 2021 heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De zaak betreft een belangrijke bevestiging van de beoordelingsvrijheid van het hof bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel in strafzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04416 P
Datum11 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 september 2019, nummer 20-001064-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 mei 2021.