Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van diefstal van gereedschapskisten uit een bestelbus door inklimming.
De verdediging heeft een schriftuur ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgens artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 mei 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.