ECLI:NL:PHR:2021:208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang bij diefstal door inklimming
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot negen weken gevangenisstraf voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij toegang werd verkregen door inklimming in de laadruimte van een bestelbus. Het cassatieberoep richtte zich op de bewezenverklaring omtrent het begrip inklimming.
De advocaat-generaal stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het handelen van de verdachte onder het begrip inklimming viel. Hoewel inklimming ruim moet worden uitgelegd, vereist het begrip een extra inspanning om toegang te verkrijgen, wat in deze zaak niet duidelijk was aangetoond. Het openen van de schuifdeur en het betreden van de laadruimte zonder braakschade volstaat mogelijk niet.
Desondanks concludeerde de advocaat-generaal dat dit geen cassatiegrond oplevert omdat het wettelijk strafmaximum gelijk blijft en de opgelegde straf laag is. Daarnaast ontbrak een nadere motivering over het belang van de verdachte bij cassatie, waardoor het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a RO. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang van de verdachte.