Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak over mishandeling heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof met name de toepassing van vervangende hechtenis bij een opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer.
De Hoge Raad oordeelt dat de vervangende hechtenis in dit kader niet juist is toegepast en vernietigt het hofarrest voor zover dit betrekking heeft op de vervangende hechtenis. In plaats daarvan bepaalt de Hoge Raad dat op grond van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel.
Daarnaast is geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, maar gezien de opgelegde straf van vier weken is dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee geeft de Hoge Raad duidelijkheid over de wijze van tenuitvoerlegging van schadevergoedingsmaatregelen in strafzaken.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.