ECLI:NL:PHR:2021:456

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 maart 2021
Publicatiedatum
7 mei 2021
Zaaknummer
19/03219
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 36f SrArt. 6:4:20 SvArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bepaalt omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel mishandeling

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens mishandeling, met aftrek van voorarrest. Daarnaast legde het hof een schadevergoedingsmaatregel op waarbij vervangende hechtenis werd toegepast.

In cassatie werd geklaagd over de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro in plaats van vervangende hechtenis ook gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Deze klacht slaagde, waardoor het arrest werd vernietigd voor zover het de vervangende hechtenis betrof.

Een tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar dit werd verworpen omdat de opgelegde straf gering was en geen matiging noodzakelijk was. De Hoge Raad verwierp verder alle overige klachten en bevestigde dat de omzetting van vervangende hechtenis in gijzeling mogelijk is.

Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van gijzeling als sanctie bij schadevergoedingsmaatregelen en bevestigt het belang van proportionele maatregelen binnen het strafrechtelijke systeem.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest dat vervangende hechtenis oplegt en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/03219
Zitting16 maart 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 26 juni 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “
mishandeling”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Het hof heeft tevens beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het
eerste middelis een klacht over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden.
4. Dit middel is – gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914 – terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
5. Het middel slaagt.
6. Het
tweede middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden omdat het hof de stukken te laat heeft ingezonden.
7. Tussen het instellen van het cassatieberoep op 8 juli 2019 en de binnenkomst van het dossier bij de Hoge Raad op 20 mei 2020 zijn meer dan acht maanden verstreken. Gelet op de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf is er evenwel geen aanleiding tot matiging daarvan en kan worden volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [1]
8. Het middel is tevergeefs voorgesteld.
9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578,