ECLI:NL:HR:2021:713
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag kansspelbelasting
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag kansspelbelasting voor de periode van 1 september 2009 tot en met 31 december 2012. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het oordeel bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die de ingediende middelen heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen onvoldoende waren om het hofarrest te vernietigen en zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd en is de naheffingsaanslag definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.