ECLI:NL:HR:2021:713

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2021
Publicatiedatum
7 mei 2021
Zaaknummer
20/02592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag kansspelbelasting

Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag kansspelbelasting voor de periode van 1 september 2009 tot en met 31 december 2012. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het oordeel bevestigd.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die de ingediende middelen heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen onvoldoende waren om het hofarrest te vernietigen en zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd en is de naheffingsaanslag definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/02592
Datum7 mei 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juli 2020, nr. 19/00462, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 16/3179) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de kansspelbelasting over het tijdvak 1 september 2009 tot en met 31 december 2012.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door P. Le Heux, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2021.