ECLI:NL:HR:2021:715
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een belastinggeschil met de Staatssecretaris van Financiën. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving is het griffierecht niet betaald.
Na een nadere schriftelijke reactie van belanghebbende waarin betalingsonmacht werd aangevoerd, oordeelt de Hoge Raad dat deze niet tijdig is ingediend en geen grond vormt om het beroep ontvankelijk te verklaren. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.