ECLI:NL:HR:2022:22
Hoge Raad
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening arrest Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Ondanks ontvangst van deze brief heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
De griffier heeft vervolgens belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald, maar hier is geen reactie op gekomen. Op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 8:41 lid 6 Awb Pro en artikel 29 AWR Pro, is het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.