Uitspraak
vertegenwoordigd door [P]
Hoge Raad
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 en 2016, inclusief beschikkingen over belastingrente. Het Gerechtshof Den Haag heeft deze beroepen behandeld en een uitspraak gedaan op 14 juli 2020.
Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep getoetst en gelet op de adviezen van de procureur-generaal geconcludeerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere inhoudelijke beoordeling niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 7 mei 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.