Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
18 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en het medeplegen van het aanwezig hebben en gebruiken van een 'jammer'.
De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over het bewijs en de aanwezigheid van de jammer. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was deze inhoudelijk te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door het late aanleveren van stukken door het hof en de vertraging bij de Hoge Raad. Dit leidde tot een gegrond cassatiemiddel en een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twintig naar zeventien maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf, verminderde deze straf en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van twintig naar zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.