Conclusie
Nummer 18/00946
eerstemiddel betreft de bewijsvoering van feit 1. Het
tweedemiddel betreft de bewijsvoering van feit 3. Alvorens beide middelen te bespreken geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging weer.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverweging
- een stof, te weten grote hoeveelheden Alpha-phenylacetoacetonitrille en methanol en ethanol en zwavelzuur (welke stoffen kunnen worden gebruikt bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van amfetamine en/of 4-methylamfetamine), besteld en vervoerd en opgeslagen en voorhanden gehad en
- contacten gehad en afspraken gemaakt met een of meer (mogelijke) leverancier(s) en/of transporteur(s) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, levering, betaling en het vervoer van grote hoeveelheden methanol en ethanol en zwavelzuur en Alpha-phenylacetoacetonitrille;
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 1] , opgemaakt en ondertekend d.d. 10 oktober 2012 (…):
- op 24 mei kwam via de Douane een RIF melding binnen met betrekking tot een levering op 22 mei 2012 van Apaan op de luchthaven Frankfurt. Naar aanleiding hiervan is contact opgenomen met de Duitse douaneautoriteiten. Hierbij is afgesproken dat indien er een nieuwe levering van Apaan binnen zou komen dit telefonisch zou worden medegedeeld aan [betrokkene 1] van de FIOD;
- op 5 juni werd telefonisch medegedeeld dat er een nieuwe levering was opgehaald en dat hierbij een Nederlands kenteken was gezien. Op basis van deze informatie is een observatieteam ingezet bij de grensovergang bij Venlo om daar het betreffende voertuig op te wachten en te volgen.
- op 28 juni werd telefonisch medegedeeld dat er een nieuwe levering klaar stond om te worden opgehaald. Naar aanleiding hiervan is plaatsbepalingapparatuur aangebracht in de partij Apaan. Door de Duitse autoriteiten werd het kenteken dat gezien werd bij afhaling van de zending doorgegeven en vanaf de grensovergang bij Venlo is het vervoer gevolgd tot aan de loods bij de [a-straat 1] in [plaats] .
Op 11 juni 2012 is een rechtshulpverzoek gedaan aan de bevoegde Duitse autoriteiten, met Lurisnummer [001]. Door de Duitse autoriteiten is uitvoering gegeven aan genoemd verzoek. De door de Staatsanwaltschaft Frankfurt am Main beschikbaar gestelde bescheiden zijn 17 augustus 2012 ontvangen door het Landelijk Parket ‘s Hertogenbosch en aan mij, verbalisant, doorgezonden.
[A] Co., Limited
[b-straat 1]
Hangzhou, Zhejiang, China
[B]
[verdachte]
[c-straat 1]
[plaats]
De aangifte is op 16 februari 2012 rond 11.30u mondeling in ontvangst genomen van [verdachte] . Dit omdat [verdachte] verklaarde dat geen van de op de luchthaven aanwezige bedrijven de aangifte voor [verdachte] wilden invullen omdat de betreffende goederen chemicaliën bevatten. Omdat [verdachte] een Nederlandse aangever was met een Nederlands EORI nummer is besloten de aangifte mondeling in ontvangst te nemen.
- op 28 juni 2012 is een zending van 24 vaten met 600kg Alpha Acetylphenylacetonitrile (Apaan) om de geplande tijd van 06:05u binnengekomen op de luchthaven van Frankfurt. De zending was bestemd voor de Nederlandse firma [B] uit [plaats] ;
- de vaten waren genummerd met de oplopende nummers 24-1 tot 24-24. De vaten 24-7 en 24-11 zijn door ons geopend en voorzien van plaatsbepalingapparatuur en vervolgens weer gesloten;
- rond 10 uur is gezien dat twee mannen in een bestelbus met het Nederlands kenteken [kenteken 1] kwamen aanrijden voor het afhalen van de vaten. Deze bestelbus is tevens gezien bij ophaling van een eerdere zending:
- er is contact opgenomen met de FIOD om deze stand van zaken door te geven;
- volgens nadere info is de bestelbus in Nederland succesvol gevolgd door de Nederlandse opsporingsautoriteiten.
- op 5 juni 2012 is bij het gebouw waar de levering Apaan afgehaald kon worden een witte bestelbus van het merk Mercedes type Vito, met het Nederlands kenteken [kenteken 1] gezien. Hierbij zijn geen personen waargenomen.
Er is in de periode van 16 februari tot en met 28 juni 2012 door [verdachte] tien keer Apaan ingekocht met een totaal van 5.500 kg. Deze Apaan werd vervoerd van China naar de luchthaven in Frankfurt, Duitsland. Voor de 5.500 kg Apaan is een bedrag van € 152.033,55 in rekening gebracht door de verkoper. Bij de Douane in Frankfurt is door [verdachte] bij het afhalen van de zendingen een totaal van € 40.731,50 contant betaald.
relaas van bevindingenvan verbalisanten 1016, 1017, 1020, 1029, 1061 en 1082 opgemaakt en ondertekend d.d. 14 juni 2012 (…)
Op dinsdag 05 juni 2012 hebben wij omstreeks 15.30 uur de observatie aangevangen in de onmiddellijke omgeving van de grensovergang rijksweg A67 Nederland Duitsland ter hoogte van Venlo (hierna te noemen: de grensovergang A67), de grensovergang rijksweg A61 Nederland Duitsland ter hoogte van Venlo en de grensovergang Kaldenkirchen Nederland Duitsland ter hoogte van Venlo.
Ik zag dat NN3 ongeveer 25/30 jaar oud was, een kaal hoofd had.
Ik zag dat NN4 ongeveer 5/6 jaar oud was.
Hiervan zijn door mij verbalisant 1061 foto opnamen gemaakt genummerd IMG_0001.jpg tot en met IMG_0004.jpg welke zijn gebrand op CD-rom 60.C53.11.60.
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 2] opgemaakt en ondertekend d.d. 18 september 2012 (…)
Omstreeks 10.15 uur geeft een medewerker van het [D] telefonisch door dat zich een tweetal personen hebben gemeld in Duitsland voor de zending Apaan. Het betreft vermoedelijk [verdachte] en een NN man. Ze hebben een witte Mercedes Vito bij zich voorzien van het kenteken [kenteken 1] .
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 3] opgemaakt en ondertekend d.d. 13 juli 2012 (…)
Op vrijdag 29 juni 2012 is door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] een bezoek gebracht aan het BP tankstation gelegen aan de [f-straat 1] te Venlo. Aldaar hebben wij ons gelegitimeerd en gesproken met de bedrijfsleider en hem gevraagd bewakingsbeelden te mogen bekijken die op 28 juni 2012 geregistreerd zijn door het tankstation tussen de tijdstippen 12.30 en 13.30 uur. Na het uitkijken van de beelden, waarop onder meer de ontmoeting tussen de BMW X5 en de Mercedes Vito te zien is, hebben wij afgesproken met de bedrijfsleider deze beelden veilig te stellen ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek.
Om 12:54:53 een manspersoon bij de kassa staat om enkele shopartikelen af te rekenen. De man is naar schatting tussen de 25 en 30 jaar oud, draagt een wit t-shirt met de opdruk van Al Pacino met een donkerkleurige broek. De man heeft een zonnebril op en heeft kort gemillimeterd haar en heeft een tatoeage op zijn linker bovenarm.
Om 12:55:37 uur loopt voornoemde manspersoon de tankshop uit en passeert de tankshop aan de voorzijde. Hij heeft een zwarte telefoon aan zijn linkeroor. Een gedeelte van de tatoeage van de man is duidelijk zichtbaar.
Om 13:08:23 uur rijdt een witte bestelbus type Mercedes Vito gevolgd door een zwarte BMW type X 5 langs de zijkant van het tankstation weg richting snelweg.
.Als
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 5] opgemaakt en ondertekend d.d. 24 oktober 2012 (…)
waarneming van het hofdat de personen afgebeeld op de foto’s opgenomen bij de bewijsmiddelen 4 en 5 grote overeenkomsten vertonen.
relaas van bevindingenvan verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 5] opgemaakt en ondertekend d.d. 13 december 2012 (…):
Tijdens het vervoer van Frankfurt naar [plaats] werd direct na de grensovergang bij Venlo een stop gemaakt bij het BP tankstation. Hier vond een ontmoeting plaats tussen [verdachte] en de bestuurder van een zwarte personenauto merk BMW type X5 met kenteken [kenteken 4] . Tijdens de ontmoeting werd gezien dat beide bestuurders aan de achterzijde van de bestelbus stonden en de deur van de laadruimte werd geopend.
relaas van bevindingenvan verbalisanten 1031, 1005, 1024, 1025 en 1058, opgemaakt en ondertekend d.d. 29 juni 2012 (…):
Direct stapte de bestuurder van de X5 uit en ik zag dat hij kort haar had en ongeveer 30 jaar oud was. De bestuurder was gekleed in een blauwe spijkerbroek en een wit shirt, hierna genoemd NN1.
Ik zag dat [verdachte] en NN1 elkaar naast de X5 begroeten. Hierna liepen [verdachte] en NN1 naar de Vito en werd de deur aan de achterkant geopend. Vervolgens keken beiden de laadruimte in en spraken met elkaar.
relaas van bevindingenvan verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] opgemaakt en ondertekend d.d. 20 november 2012 (…):
BFK: ik begrijp 28 juni 2012) verleenden wij op verzoek van de FIOD Eindhoven ondersteuning op perceel [a-straat 1] te [plaats] .
Op het perceel is aan de voorzijde een woning gelegen. Via een pad langs de woning kan toegang worden verkregen tot de achterzijde van het perceel waarop een grote loods is gelegen. Gezien vanaf de wegzijde is deze loods aan de rechter voorzijde voorzien van een grote roldeur. In het midden van de voorzijde is de loods voorzien van een toegangsdeur met daarnaast aan de linkerzijde een kleine roldeur.
(hof: van onder andere de hieronder weergegeven goederen die in de loods (L) en de keuken (K) zijn aangetroffen alsmede monsters uit de in de bestelauto aanwezige tonnen, voorzien van de nummers 1, 5, 16, 19 en 23)
SIN-nummer Omschrijving:Uitslag analyse NFI
deskundigenrapportvan het Nederlands Forensisch Instituut, (…) opgemaakt en ondertekend door dr. J.W. Hulshof d.d. 1 oktober 2012 (…):
deskundigenrapportvan het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Klaver d.d. 24 augustus 2012 (…):
(BFK: 21 (AAER6042NL))latex handschoenen. Alle latex handschoenen zijn bemonsterd aan de binnen- en buitenzijde, ter hoogte van de handpalm en handrug.
AAER6042NL # 01 tot en met #42.
AAER6042NL#05 DNA hoofdprofiel [verdachte]
deskundigenrapportvan het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Klaver d.d. 13 november 2012, (…).
deskundigenrapportvan het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Klaver d.d. 29 november 2012 (…).
deskundigenrapportvan het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt en ondertekend door dr. J.W. Hulshof d.d. 14 november 2012, (…).
relaas van bevindingenvan verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 1] , opgemaakt en ondertekend d.d. 25 juli 2012 (…)
Vooraf zij opgemerkt dat [verdachte] een eenmanszaak heeft met als handelsnaam [B] .
Voorts zagen wij allerlei bescheiden in de Chinese taal met Engelse antwoorden met als naam van de goederen: Alpha-Acetylphenylacetonitrille (afgekort Apaan).
De Commercial invoices en packing lists zijn afkomstig van [A] co Limited. [b-straat 1] Hangzhou Zejlang China.
De Commercial invoice’s zijn op naam gesteld van [B] , [c-straat 1] , [plaats] ter attentie van [verdachte] .
16-02-12 € 7.085,52 4468-8-8 200 2012-IN0001
01-03-12 € 17.281,44 4468-8-8 500 2012-IN0002
01-03-12 € 17.284,44 4468-8-8 500 2012-IN0002
23-03-12 € 20.339,07 4468-48-8 600 2012-IN0003
Het adres [h-straat 1] te [plaats] betreft een voormalig woonadres van [verdachte] .
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 3] , opgemaakt en ondertekend d.d. 16 juli 2012 (…).
Object A: [c-straat 1] te [plaats] .
relaas van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 8] , opgemaakt en ondertekend d.d. 18 oktober 2012 (…).
Ik verbalisant merk op dat de volgende bewoners daadwerkelijk woonachtig zijn op het adres [i-straat 1] te [plaats] :
[medeverdachte] , geboren [geboortedatum] 1982
(…)
Op een kastje tussen de woonkamer en de keuken werd een sleutel met hanger aangetroffen Op de hanger stond het kenteken [kenteken 4] vermeld en tevens de naam BMW X5. (
Opmerking hof: dit is hetzelfde kenteken als onder andere genoemd in bewijsmiddel 5).[verbalisant 9] , opsporingsmedewerker heeft vervolgens deze sleutels meegenomen en heeft op de openbare weg gekeken of de auto met dit kenteken in de directe nabijheid van het woonadres stond geparkeerd. De auto met dit kenteken stond in de nabijheid, op ongeveer 50 meter van het woonadres [i-straat 1] in Eindhoven geparkeerd.
C-016 T-shirt met afbeelding Al Pacino in lade van kleerkast
C-017 Jammer grijs
C-018 Zonnebril merk Louis Vutton in dressoirkast
relaas van bevindingenvan verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 5] , opgemaakt en ondertekend d.d. 13 december 2012 (…).
- Tijdens de doorzoeking is een wit t-shirt met als opdruk een afbeelding van AI Pacino en een zonnebril aangetroffen welke sterke gelijkenis vertonen met het t-shirt en de zonnebril van de bestuurder van de BMW X5 op de beelden van het BP tankstation van 28 juni 2012;
- tijdens de doorzoeking werd in een jaszak een papier aangetroffen van A4 formaat met een afdruk van een stempel met de tekst "2-Phenylacetoacetonitrile 99,5 % Cas: 4468-48-8"
- Tijdens de doorzoeking is een zogenaamde Jammer aangetroffen. Uit nader onderzoek is gebleken dat het gaat om een apparaat waarmee telecommunicatie infrastructuur verstoord kan worden, sterk lijkend op de jammer welke eerder werd aangetroffen in de loods aan de [a-straat 1] .
relaas van bevindingenvan verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 4] , opgemaakt en ondertekend d.d. 29 oktober 2012 (…).
- Een begeleidend schrijven van [E] gericht aan [medeverdachte] betreffende de BMW gekentekend [kenteken 4]
- Een huurovereenkomst voor de BMW [kenteken 4] ondertekend door [betrokkene 3] namens [E] .
- Een factuur gericht aan [medeverdachte] [i-straat 1] te [plaats] ten bedrage van € 4.741,92.
- 25 tot 30 juni 2012.
- De hele maand juli 2012.
- De maand augustus 2012.
- De maand september 2012.
- Een kopie van het paspoort op naam van [medeverdachte] waarbij handmatig is geschreven [i-straat 1] te [plaats] en het kenteken [kenteken 2] .
- een factuur op naam van [medeverdachte] , [i-straat 1] te [plaats] ten bedrage van € 2.129,03.
- Een ondertekende huurovereenkomst tussen [E] en [medeverdachte] voor de Porsche Panamera gekentekend [kenteken 2] .
- 19 tot 31 mei 2012.
- De maand juni 2012.
rapportopgemaakt door [betrokkene 4] , inspecteur afdeling Toezicht Agentschap Telecom
Het apparaat werd in beslag genomen op het adres [a-straat 1] , te [plaats] .
Het door [verbalisant 3] van de FIOD Eindhoven in beslag genomen apparaat, zonder merk en type aanduiding, is voorzien van vier antennes welke door middel van coaxiale pluggen aan het apparaat zijn geschroefd en krijgt zijn voedingsspanning van het lichtnet. Door de FIOD is op 28 juni 2012 op het adres [a-straat 1] te [plaats] binnen getreden. Onder meer werd in de loods een in werking zijnde jammer aangetroffen. Deze jammer is door de FIOD in beslag genomen.
Om de aard en werking van het radiozendapparaat vast te stellen heb ik het technisch onderzocht op diens werking in frequentiespectrum.
Op basis van deze waarneming concludeer ik dat het apparaat een 4 band mobiele telefoon jammer betreft, bestemd voor het uitzenden van radiotelecommunicatie signalen met grote bandbreedte, liggende in de mobiele netwerk banden. Het apparaat is gebouwd en ontworpen om telefoon verkeer te verstoren op de frequentiebanden in de 800 MHz/900 MHZ en 1800 MHz, zijnde de GSM 1 en GSM 2 band en de UMTS band van 2100 tot 220 MHz. Het stoorbereik van deze jammer is, op basis van wat ik zag toen het apparaat was ingeschakeld, vermoedelijk enkele tientallen meters.
Het aanleggen, geheel of gedeeltelijk aanwezig hebben of gebruik van radiozendapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van artikel 3.3. lid 1 van de TW een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, dan wel vrijstelling is verleend ingevolge artikel 10.9 lid 2 van dezelfde wet.’
Op 5 juni 2012 heeft verdachte met een witte bestelbus (een Mercedes Vito voorzien van het kenteken [kenteken 1] ) op het vliegveld in Frankfurt in Duitsland een partij van 600 kg apaan opgehaald en naar Nederland gebracht. Vanaf de grensovergang is de bestelbus van verdachte geobserveerd. Door observanten is waargenomen dat verdachte op de parkeerplaats bij het BP benzinestation gelegen aan de A67 ter hoogte van Venlo stopte en daar contact had met een onbekende man met een kaal hoofd.
Even later vertrok de Mercedes bestelbus met het kenteken [kenteken 1] . Deze onbekende man vertrok kort daarna in een personenauto, merk Porsche, type Panamera, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ruim een half uur later werd waargenomen dat de Mercedes met het kenteken [kenteken 1] en de Porsche met het kenteken [kenteken 2] het industrieterrein […] te [plaats] op reden. Waargenomen werd dat de Mercedes en de Porsche het woonwagenkamp aan de [a-straat] te [plaats] op reden. Na het vertrek vanaf het benzinestation tot aan het woonwagenkamp heeft de Porsche constant achter de Mercedes gereden. De Porsche verdween ter hoogte van de tweede woonwagen aan de rechterkant uit beeld. Negen minuten later werd waargenomen dat de door verdachte bestuurde Mercedes met het kenteken [kenteken 1] van het woonwagenkamp vertrok. Een kleine twintig minuten later werd de Mercedes met het kenteken [kenteken 1] in Eindhoven geparkeerd. Waargenomen werd dat in de laadruimte van de Mercedes met het kenteken [kenteken 1] geen lading meer aanwezig was. Uit onderzoek is later gebleken dat de personenauto Porsche Panamera met het kenteken [kenteken 2] op 5 juni 2012 op naam stond van het bedrijf [E] B.V. uit Oirschot en dat deze auto in de maand juni 2012 is verhuurd aan medeverdachte [medeverdachte] .
In de onderhavige zaak is het hof van oordeel dat bij de beantwoording van de vraag of de in art. 10a lid 1, onder 3, Ow vermelde stoffen - naar analogie van de uitleg die daaraan wordt gegeven in art. 46 Sr Pro - afzonderlijk of gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm 'bestemd zijn tot het plegen van dat feit' in de zin van deze bepaling, niet kan worden geabstraheerd van het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had (vgl. HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213). Met andere woorden: het hof legt niet de maatstaf aan of die stoffen naar hun aard of hun concreet dan wel acuut gevaarzettend karakter daadwerkelijk zouden kunnen bijdragen aan het begaan van dat misdrijf, maar legt de nadruk op de criminele intentie die volgens het hof uit het voorhanden hebben van de stoffen naar voren komt. Dit misdadige doel dat de verdachte met zijn voorbereidingshandelingen en de daarbij gebruikte stoffen voor ogen stond, blijkt naar het oordeel van het hof met voldoende bepaaldheid uit de omstandigheid dat de stoffen waar de bewezenverklaring op ziet naar hun uiterlijke verschijningsvorm in de regel worden gebruikt bij de productie van MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of amfetamine en/of methamfetamine. Een legaal doel voor het bestellen van deze stoffen, waarvan vast staat dat deze kunnen gebruikt bij de bereiding van synthetische drugs, is niet aangevoerd of aannemelijk geworden.
Aan het enkele aanwezig en in gebruik hebben van een jammer kan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de jammer zich in de 'machtssfeer' van de (mede)verdachte bevond en dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid daarvan. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat aanwezig hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang (vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880, NJ 2010/475). De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Daarbij kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen.
Daarbij is van belang, zoals in het onderhavige geval, dat zich kenmerkt door de omstandigheid dat kort na het parkeren van de bestelbus de verdachte, na de lading van die bus te hebben ontdaan, weer vertrekt, in de loods de in werking zijnde jammer wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij het aanwezig en in gebruik hebben daarvan duiden, terwijl er geen contra-indicaties met betrekking tot het medeplegen door de verdachte bestaan. In een dergelijk geval kan sprake zijn van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte zoals hiervoor bedoeld, van belang is voor de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen. Verdachte heeft zowel bij de politie, als bij de behandeling in eerste instantie en in hoger beroep er voor gekozen om geen verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden ter zake van het aanwezig en in gebruik hebben van de jammer ten tijde van zijn verblijf in de loods. Het hof beschouwt de omstandigheid dat verdachte op dit punt geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven op zichzelf en in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen een omstandigheid die redengevend wordt geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit.
Bespreking van de middelen
eerstemiddel valt uiteen in enkele deelklachten. De stellers van het middel klagen in de eerste plaats over ’s hofs overweging ‘dat de stoffen waar de bewezenverklaring op ziet naar hun uiterlijke verschijningsvorm in de regel worden gebruikt bij de productie van MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of amfetamine en/of methamfetamine’. En dat een ‘legaal doel voor het bestellen van deze stoffen, waarvan vast staat dat deze kunnen (worden) gebruikt bij de bereiding van synthetische drugs’ niet is aangevoerd of aannemelijk geworden. Dat de stoffen methanol en/of ethanol in de regel worden gebruikt bij productie van MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of amfetamine en/of methamfetamine blijkt volgens de stellers van het middel niet uit de bewijsmiddelen. En indien het hof dit heeft beschouwd als een feit van algemene bekendheid, zou het hof ten onrechte hebben nagelaten dit ter terechtzitting aan de orde te stellen, terwijl dit ook niet zonder meer als feit van algemene bekendheid zou zijn aan te merken. Daar zou bijkomen dat het hof, in strijd met art. 6 EVRM Pro en het wettelijk bewijsrecht, de bewijslast aan de verdachte heeft opgedrongen. Het oordeel van het hof zou getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk en/of onvoldoende met redenen zijn omkleed.
tweedemiddel ziet op het onder 3 bewezenverklaarde. ‘s Hofs oordeel dat de verdachte de aangetroffen ‘jammer’ tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte aanwezig heeft gehad zou mede in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd van een onjuiste rechtsopvatting getuigen althans niet zonder meer begrijpelijk zijn. Daarbij zou uit de bewijsmiddelen (ook) niet zonder meer volgen dat de ‘jammer’ is gebruikt. En daaraan zou niet afdoen dat het hof in de bewijsvoering heeft vastgesteld dat het observatieteam heeft geverbaliseerd dat een verstoring is geconstateerd in de plaatsbepalingsapparatuur nadat de Mercedes en de BMW de parkeerplaats verlieten. Daarmee zou nog niet duidelijk zijn dat die verstoring een gevolg is van een in werking zijnde ‘jammer’ en zou ook niet duidelijk zijn in welke van de twee auto’s de ‘jammer’ dan lag.
derdemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn in cassatie. Aangevoerd wordt dat de inzendtermijn van acht maanden is overschreden en voorts dat Uw Raad niet binnen twee jaar nadat het cassatieberoep is ingesteld uitspraak zal doen.