Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 mei 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het bezit van circa 19 kilo amfetamine en het voorhanden hebben van traangasbusjes en een ploertendoder in zijn woning. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de strafoplegging en strafmotivering.
In cassatie klaagde de verdachte over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat het hof de processtukken te laat had ingezonden. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat dit aanleiding gaf tot vermindering van de straf.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van 27 maanden (waarvan 10 maanden voorwaardelijk) naar 26 maanden met dezelfde voorwaardelijke periode en proeftijd. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van 27 naar 26 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.