Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
25 mei 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, in een strafzaak tegen de verdachte.
De verdachte stelde onder meer dat een van de rechters niet fysiek aanwezig was tijdens de terechtzitting, maar via audioverbinding deelnam. De Hoge Raad oordeelde dat noch de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie noch enige andere in Curaçao geldende wettelijke bepaling deze wijze van deelname toestaat. Desondanks leidde dit niet tot cassatie omdat op die zitting alleen het onderzoek ter terechtzitting werd gesloten, buiten aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsvrouw, en er geen aantoonbaar belang was bij vernietiging.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds de indiening. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien jaar naar vijftien jaar en negen maanden.
De overige klachten van de verdachte werden door de Hoge Raad verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van zestien jaar naar vijftien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.