Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
19 januari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging moord in Emmen in 2017, waarbij hij met een mes in de borst van het slachtoffer stak. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde om het beroep te verwerpen, behalve voor het onderdeel vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve het vierde cassatiemiddel dat betrekking had op de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het hof vervangende hechtenis had toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het beroep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 januari 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.