ECLI:NL:HR:2021:788

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
27 mei 2021
Zaaknummer
19/05071
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 246 SrArt. 248 lid 6 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak aanranding met geweld van minderjarig meisje

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor aanranding met geweld van een 8-jarig meisje nabij haar school. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder een verzoek tot aanvullend DNA-onderzoek en een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot alternatieve scenario's. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om een uitgebreide motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof ongewijzigd in stand. Het arrest werd op 15 juni 2021 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05071
Datum15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2019, nummer 21-003701-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W.J. Rosendaal, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.