Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Random Man Not Excluded(hierna: RMNE) waarde bepaald. Deze waarde geeft een indicatie van de kans dat een willekeurig gekozen persoon niet kan worden uitgesloten als mogelijke donor van een deel van het in het spoor aanwezige celmateriaal. De RMNE-waarde voor het in spoor AAIF6350NL#01C waargenomen consensus DNA-mengprofiel is minder dan 1 op 1 miljard.
- Verdachte en slachtoffer hebben vóór 26 mei 2015 geen direct lichamelijk contact met elkaar gehad en zijn niet op dezelfde locaties geweest. Het zusje van verdachte speelt wel regelmatig op plaatsen nabij de school van het slachtoffer. Daarbij bestaat de mogelijkheid van indirecte overdracht van DNA van de verdachte via zijn zusje naar een onbekend(e) voorwerp/plaats nabij de school en vervolgens naar de legging en de onderbroek van het slachtoffer.
- Uit wetenschappelijke studies blijkt dat de kans op indirecte overdracht van DNA onder meer afhangt van de aard en hoeveelheid oorspronkelijk aanwezig celmateriaal (van de primaire donor) en van de aard en intensiteit van het primaire contact (i.c. het contact tussen verdachte en zijn zusje) en van daaropvolgende contacten (i.c. het contact van het zusje met voorwerpen en of personen). Deze kans neemt zeer snel af naarmate de verstreken tijd en het aantal handelingen dat volgt op het primaire contact toenemen. Op grond van bovenstaande wordt de kans op het aantreffen van DNA van de verdachte in de bemonsteringen van zowel de legging als de onderbroek als gevolg van indirecte overdracht beoordeeld als
- Het slachtoffer heeft de kleding de hele dag gedragen en heeft daarbij contact gemaakt met verschillende locaties en met verschillende mensen. Op grond hiervan en op grond van wetenschappelijk onderzoek wordt de kans op het aantreffen van ‘achtergrond-DNA’ (niet-delict gerelateerd DNA van onbekende personen) in de bemonstering van het T-shirt beoordeeld als
veel waarschijnlijkertot
zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese A waar is, dan wanneer hypothese B waar is.
Het tweede middel
Is het waarschijnlijker dat het DNA van verdachte op de kleding van het slachtoffer terecht is gekomen via directe of via indirecte overdracht?” Zoals besproken met de deskundige Van der Soest, zou bij de beantwoording van deze vraag de hoeveelheid en de soort DNA worden meegenomen voor zover dat mogelijk was. Uiteindelijk is daaruit het rapport van de forensisch deskundige dr. Aarts d.d. 19 juli 2018 voortgekomen (zie bewijsmiddel 12).
Het eerste middel
Derde verdachte
Indirecte overdracht
Contaminatie voor en tijdens veiligstellen
niethet enige bewijsmiddel is dat naar de verdachte wijst. Ik wijs op de verklaringen van [benadeelde] , van de andere kinderen en van de verdachte, alsook de eigen waarneming van het hof.