Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 januari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 januari 2021 uitspraak gedaan over de toepassing van vervangende hechtenis bij een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de verdachte. De verdachte was door het hof veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer, met een vervangende hechtenis als sanctie bij niet-betaling.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 11 december 2019 voor dat onderdeel.
De Hoge Raad bepaalde dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee de rest van het arrest in stand bleef.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914) en verduidelijkt de juiste toepassing van dwangmiddelen bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.