Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieAanbestedingswet 2012
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in aanbestedingsrechtelijke zaak over kwalificatie aanbestedende dienst
In deze zaak heeft Exterion Media cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019, dat betrekking had op de kwalificatie van NS Stations als aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet 2012. De procedure kende een uitgebreid verloop waarbij de rechtbank Midden-Nederland en het hof Arnhem-Leeuwarden eerder uitspraken deden.
De Hoge Raad heeft de klachten van Exterion tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad besloot dat het niet noodzakelijk was om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde Exterion in de kosten van het geding in cassatie, met een specificatie van de verschotten en het salaris van de advocaat van JCDecaux. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze, onder voorzitterschap van vicepresident C.A. Streefkerk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Exterion Media en bevestigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00008
Datum28 mei 2021
ARREST
In de zaak van
EXTERION MEDIA (NETHERLANDS) B.V., gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Exterion,
advocaat: J.P. Heering en voorheen ook P.J. Tanja,
tegen
1. JCDECAUX NEDERLAND B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: JCDecaux,
advocaat: H.J.W. Alt,
2. NS STATIONS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: NS Stations,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1.Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/421208 / HA ZA 16-599 van de rechtbank Midden-Nederland van 18 oktober 2017 en 7 november 2018;
de arresten in de zaken 200.237.719, 200.233.320 en 200.260.097 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2018, 20 november 2018, 25 juni 2019 en 1 oktober 2019.
Exterion heeft tegen het arrest van het hof van 1 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld.
JCDecaux heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
NS Stations een verweerschrift tot gegrondbevinding van het cassatieberoep van Exterion ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Exterion mede door L.E.M.P. Niessen, en voor NS Stations mede door C.F.B. Groot Rouwen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van JCDecaux heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Exterion in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van JCDecaux begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Exterion deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.