Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
1 juni 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 december 2019. Het beroep richtte zich onder meer op de afwijzing van het verzoek om bepaalde personen als getuigen te horen en op een bewijsklacht met betrekking tot de herkomst van de bij het witwassen betrokken bedragen en auto’s.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, en is op 1 juni 2021 uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof in de witwaszaak.