Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
€ 8.300,00+
€ 70,000.00+
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
1 juni 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij betrokkene was veroordeeld voor het vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op basis van een eenvoudige kasopstelling, waarbij onder meer contante ontvangsten uit de verkoop van goederen via Marktplaats werden meegenomen.
De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de aankoopbedragen van een loopband en een toerfiets had afgetrokken van de opbrengsten uit Marktplaats, terwijl deze goederen buiten de onderzoeksperiode waren aangeschaft. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze aftrek onterecht had toegepast, omdat de aanschaf van deze goederen vóór de onderzoeksperiode plaatsvond.
Daarom heeft de Hoge Raad het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de daaraan gekoppelde betalingsverplichting verminderd met het bedrag van de aankoopbedragen (€ 799). De overige cassatiemiddelen werden verworpen, en het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting met € 799 wegens onjuiste aftrek van aankoopbedragen.