Conclusie
Nummer20/00705 P
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat ook andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat verzoeker wederrechtelijk voordeel heeft verkregen niet begrijpelijk dan wel niet toereikend gemotiveerd is.
€ 8.300,00+
€ 70,000.00+
tweede middelbevat de klacht dat het hof op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat als uitgangspunt moet worden genomen dat de onder de betrokkene aangetroffen cocaïne door hemzelf is aangekocht en dat hij daarvan eigenaar was.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ongemotiveerd, althans op ontoereikende gronden, is afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van de verdediging inzake de aankoopbedragen van de betrokkene ten aanzien van een via Marktplaats door de betrokkene verkochte loopband en toerfiets, althans dat het oordeel dat de desbetreffende aankoopbedragen als uitgaven tijdens de onderzoeksperiode moeten worden aangemerkt onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd is.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof op ontoereikende gronden is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de betrokkene legale inkomsten, ter hoogte van een bedrag van €3.900,-, heeft verkregen uit de verkoop van jassen.
lijktde verbalisant
opmerkelijkindien de aspirant koper de echte aankoop bon heeft gezien, hij de jas alsnog voor € 300,- zal kopen, terwijl op de aankoop bon zou staan dat de jas kort daarvoor voor € 200,- is gekocht. De verbalisant insinueert (en niet meer) dat cliënt bewust aspirant kopers probeert te misleiden met de bon. De bon waaraan is gerefereerd betreft een pakbon, "een bij een verzonden collo gevoegde omschrijving van de inhoud". De pakbon bevat informatie over de in de collo aanwezige producten of materialen. De pakbon bevatgeen prijs informatie of website vermelding. Een aspirant koper ziet dus niet de aankoopprijs of de leverancier. Cliënt adverteerde met de echte pakbon en gaf deze ook mee aan de koper mocht die dat willen.
vijfde middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de contante stortingen van de verdachte in de onderzoeksperiode € 44.390,00 bedroegen onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
€ 39.530is door ons, verbalisanten, aangemerkt als contante stortingen op