Uitspraak
1.Geding in cassatie
Het College heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende is gebruiker van een recreatiewoning in de gemeente Ommen die niet deel uitmaakt van een recreatiesamenstel. Voor het belastingjaar 2015 is aan belanghebbende een forensenbelastingaanslag opgelegd van €1.025 op grond van de Verordening forensenbelasting 2015 van de gemeente Ommen.
Het geschil betrof de vraag of de Verordening in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat zij onderscheid maakt tussen gemeubileerde woningen die wel of niet deel uitmaken van een recreatiesamenstel, waarbij woningen binnen een recreatiesamenstel een lager tarief betalen dan vergelijkbare woningen daarbuiten.
Het hof oordeelde dat het verschil in behandeling niet voldoende werd gerechtvaardigd en dat de aanslag daarom in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Het verlaagde de aanslag tot €225.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof niet in stand kan blijven en dat de middelen van het College gegrond zijn. Het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank over de forensenbelastingaanslag.