ECLI:NL:HR:2021:832
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en boete
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was het niet eens met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2011, inclusief een boetebeschikking en een beschikking inzake heffingsrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd het hoger beroep door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandeld, dat de aanslagen en boetes handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten werden aangevoerd tegen het arrest van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Hof definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.