Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die meermalen werd veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. Het gerechtshof Den Haag had eerder een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld voor deze overtredingen.
In cassatie stelde de verdediging onder meer vragen over de strafmotivering en de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, met betrekking tot eerdere onherroepelijke veroordelingen van de verdachte voor dezelfde overtreding. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdediging niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor meervoudige overtreding van rijden zonder geldig rijbewijs blijft in stand.