ECLI:NL:HR:2021:844

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2021
Publicatiedatum
5 juni 2021
Zaaknummer
19/03984
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Leerplichtwet 1969Art. 5b Leerplichtwet 1969Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht afwijzen beroep vrijstelling leerplicht op grond van traditionele katholieke geloofsovertuiging

In deze cassatieprocedure betrof het een strafzaak over overtreding van artikel 2.1 van de Leerplichtwet 1969, waarbij de verdachte zich beriep op een vrijstelling op grond van artikel 5 onder Pro b van de Leerplichtwet vanwege zijn traditionele katholieke geloofsovertuiging.

Het hof Arnhem-Leeuwarden had het beroep van de verdachte op deze vrijstelling afgewezen, wat leidde tot een veroordeling. De verdachte stelde cassatie in tegen deze beslissing en voerde aan dat het hof ten onrechte het beroep op de vrijstelling niet rechtsgeldig had erkend.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt en verwees daarbij naar een gelijktijdig arrest (HR:2021:843) waarin de motivering voor deze beslissing is opgenomen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het onder 1 bewezenverklaarde feit en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.

De overige klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 29 juni 2021.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op vrijstelling onder de Leerplichtwet.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03984
Datum29 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 augustus 2019, nummer 21-001443-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot feit 1, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde geen rechtsgeldig beroep op artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet 1969 toekomt.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 19/03983, ECLI:NL:HR:2021:843.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 juni 2021.