Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 31 december 2020 geconcludeerd tot verwerping van middel 3. [1]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een fiscale eenheid, was in hoger beroep gegaan tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting, boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen over de periode van 1 september 2011 tot en met 30 juni 2012. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had de eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oplevert, is geen nadere motivering gegeven. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen opgelegd aan belanghebbende over de genoemde periode.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.