ECLI:NL:HR:2021:863
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake omzetbelasting over tweede kwartaal 2016
In deze zaak heeft Stichting [X] beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 september 2019, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Het geschil betrof de door belanghebbende op aangifte voldane omzetbelasting over het tijdvak van 1 april tot en met 30 juni 2016.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het arrest van het Hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 11 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bevestigd.