Uitspraak
vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
De brief is volgens Track&Trace afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 11 juni 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.