ECLI:NL:HR:2021:898

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
10 juni 2021
Zaaknummer
19/05738
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.C OpiumwetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest medeplegen handel hennepplanten

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten, in het kader van een onderzoek naar een criminele organisatie die zich bezighield met de gewelddadige handel in hard- en softdrugs. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld, waarbij de advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat het oordeel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee blijft het vonnis van het hof in stand, waarmee de veroordeling voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten bevestigd wordt.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05738
Datum15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2019, nummer 20/003047-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.