Conclusie
Nummer19/05738
Het cassatieberoep
De zaak
Het middel
middelbehelst de klacht dat het bewezen verklaarde medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin de verdachte is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 210 hennepplanten in haar woning. Het hof stelde vast dat de hennepkwekerij in de gezamenlijke woning van de verdachte en haar toenmalige echtgenoot was gevestigd, en dat de verdachte hiervan op de hoogte was en ermee had ingestemd.
De verdediging voerde aan dat enkel het dulden van de hennep niet voldoende is voor medeplegen, omdat er geen actieve bijdrage zou zijn geleverd. De Hoge Raad bevestigt echter dat voor medeplegen sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht vereist is. In dit geval was het dulden van de kwekerij en de hennep in de woning, waardoor gelegenheid werd geboden voor het telen, voldoende.
De Hoge Raad benadrukt dat het niet doorslaggevend is aan wie de drugs toebehoren, noch dat er beschikkingsbevoegdheid moet zijn, maar dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte moeten bevinden en dat de verdachte wetenschap moet hebben van de aanwezigheid. De verdachte had de hennepplanten gedoogd en daarmee medeplegen gepleegd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten in de woning wordt bevestigd.