ECLI:NL:HR:2021:906
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een door haar betaalde overdrachtsbelasting. Het geschil betrof de vraag of het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan overdrachtsbelasting terecht was vastgesteld.
Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad het ingediende middel beoordeeld maar geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de beoordeling niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd van kracht.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 11 juni 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.