ECLI:NL:HR:2021:910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake vennootschapsbelasting en boetebeschikkingen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2011, een aanslag over 2012, boetebeschikkingen en heffingsrente. Na uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit hof deed op 24 mei 2019 uitspraak in de zaak.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Gerechtshof. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd, waarmee de aanslagen en boetebeschikkingen ongewijzigd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.