Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
18 juni 2021.
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd en hebben twee kinderen. Na ontbinding van het huwelijk werd partneralimentatie vastgesteld op € 1.362 per maand. De man verzocht vermindering van deze alimentatie, hetgeen de rechtbank afwees, maar het hof stelde de alimentatie vast op € 1.179 per maand, met een draagkrachtberekening waarbij hypotheeklasten en kosten van stiefkinderen werden betrokken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof fouten maakte in de draagkrachtberekening, met name door onjuiste verwerking van de helft van de hypotheekrente en dubbele verrekening van rentelasten, en onvoldoende duidelijkheid over de kosten van stiefkinderen. Hierdoor was de berekening onbegrijpelijk en niet gesteund door de motivering.
De klachten van de man en de vrouw werden deels gegrond verklaard, waarna de Hoge Raad de beschikkingen van het hof vernietigde en de zaak verwees naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. De overige klachten werden niet behandeld omdat deze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis wegens fouten in de draagkrachtberekening en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.