Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor schuldwitwassen van een bromfiets waarvan werd vastgesteld dat het voertuigidentificatienummer was weggeslepen en de sticker met het chassisnummer ontbrak. Het hof oordeelde dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de bromfiets afkomstig was uit enig misdrijf.
In cassatie klaagde de verdachte over deze bewezenverklaring. De Hoge Raad onderzocht de bewijsvoering, waaronder diverse proces-verbalen van aanhouding, bevindingen en onderzoek naar het voertuig, alsmede de aangifte van diefstal door de rechtmatige eigenaar.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte in zijn onderzoeksplicht tekort is geschoten met de vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Tevens merkte de Hoge Raad op dat het hof geen nadere vaststellingen had gedaan die het oordeel konden ondersteunen dat de verdachte de verwijdering van het voertuigidentificatienummer en de sticker met het chassisnummer had moeten waarnemen.
Daarom was de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof. De zaak werd terugverwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.