Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van €123.510. De verdachte stelde in cassatie dat er onvoldoende concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring was gegeven voor de legale herkomst van het geld.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 5 juli 2022, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering betrokken waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.