Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon met de Nederlandse en Turkse nationaliteit door de Republiek Turkije, in verband met vermeende betrokkenheid bij drugstransport in 2008. De rechtbank Limburg wees het verzoek toe, waarna de opgeëiste persoon hiertegen in cassatie ging bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten over de uitspraak van de rechtbank niet leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers. Het beroep werd verworpen, waarmee de uitlevering naar Turkije bevestigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Turkije bevestigd.