Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandelingsincident waarbij de verdachte zijn zwangere vriendin met kracht bij haar haren en lichaam heeft meegesleurd door stegen, straten en een tuin, waarbij het slachtoffer meerdere keren op haar buik op de grond viel. De verdachte werd daarvoor door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met name gericht op de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie hadden in hoger beroep verzocht om afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling en tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.