Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft het bezit van een pistool en munitie op Curaçao, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een machinegeweer in strijd met de Vuurwapenverordening 1930. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte wist dat het pistool een machinegeweer was.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte op het moment van het bezit wist dat het pistool een machinegeweer betrof. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het betreft het onder 1 tenlastegelegde en wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor hernieuwde berechting en beslissing.
De overige klachten van het cassatiemiddel worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 5 juli 2022.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.