Uitspraak
zetelende te Den Haag,
gevestigd te Den Haag,
gevestigd te 's-Gravenzande, gemeente Westland,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak staat het verbod op het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw centraal, zoals vastgelegd in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Bgb). Nefyto c.s., vertegenwoordigers van bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen op de markt brengen, stelden dat het Besluit geen wettelijke grondslag heeft en onverbindend is, al dan niet in strijd met artikel 34 VWEU Pro. De rechtbank wees hun vorderingen af, maar het hof vernietigde dat vonnis en verklaarde het Besluit onverbindend wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag in de nationale wetgeving.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 78 Wet Pro gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) en artikel 14 van Pro Richtlijn 2009/128/EG geen grondslag zouden bieden voor het verbod, met name zonder aandacht te besteden aan de uitzonderingen in het Besluit en de stellingen van de Staat over proportionaliteit, noodzakelijkheid en effectiviteit. Ook bevestigde de Hoge Raad dat artikel 193 VWEU Pro geen zelfstandige grondslag biedt voor het Besluit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van een deugdelijke wettelijke grondslag voor algemene maatregelen van bestuur en de juiste toepassing van Europese richtlijnen en het voorzorgbeginsel bij het reguleren van pesticidengebruik. De Hoge Raad veroordeelde Nefyto c.s. tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.