ECLI:NL:HR:2022:1050
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over WOZ-beschikking gemeente Rotterdam
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2019 werd behandeld. Deze beschikking betrof de onroerende zaak gelegen aan een adres in Rotterdam.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam trad op als verweerder en heeft een verweerschrift ingediend. Na het indienen van conclusies van repliek en dupliek door respectievelijk belanghebbende en het College, heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Omdat de beoordeling van deze klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriep, was een nadere motivering niet vereist. Tevens werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit op 8 juli 2022, gewezen door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.