ECLI:NL:HR:2022:1051
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2019 gemeente Rotterdam
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 6 oktober 2021, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over een aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2019 werd behandeld.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam heeft verweer gevoerd middels een verweerschrift, waarna belanghebbende een conclusie van repliek en het College een conclusie van dupliek heeft ingediend.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft dit arrest gewezen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 8 juli 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.