ECLI:NL:HR:2022:1078

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juli 2022
Publicatiedatum
13 juli 2022
Zaaknummer
21/01929
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aansprakelijkheid en verrekening naheffingsaanslag na verjaring

ESP Consultancy B.V. werd aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag door de Belastingdienst. Na deze aansprakelijkstelling maakte ESP een bedrag over aan de Ontvanger in ruil voor uitstel van betaling. De Ontvanger boekte het ontvangen bedrag af op de aansprakelijkstelling, ondanks dat de naheffingsaanslag inmiddels was verjaard.

ESP stelde in cassatie dat deze verrekening niet gerechtvaardigd was, onder meer omdat de aanslag was verjaard en er discussie was over de aard van de betaling (verrekening, betaling onder opschortende voorwaarde, betaling tot zekerheid). De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin de aansprakelijkstelling in stand bleef en oordeelde dat de klachten van ESP niet tot vernietiging van het arrest van het hof konden leiden.

De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering nader toe te lichten omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en ESP werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van ESP Consultancy wordt verworpen en de aansprakelijkstelling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01929
Datum15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
ESP CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
EISERES tot cassatie,
hierna: ESP,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,
zetelend te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/645881 / HA ZA 18-344 van de rechtbank Amsterdam van 12 september 2018 en 23 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.239/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021.
ESP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Ontvanger heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt ESP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ESP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
15 juli 2022.